Winterdepressie, ook wel Seasonal Affective Disorder (SAD) genoemd, is een serieuze medische aandoening die jaarlijks terugkeert zodra de dagen korter worden. De eerste klachten dienen zich bij de meeste mensen rond oktober aan, pieken in december en januari en verdwijnen langzaam in maart. Een heel klein deel houdt ook in de lente- en zomermaanden last van klachten als deze periode gepaard gaat met veel donkere dagen.

Ontdekking
Het was de Zuid-Afrikaanse wetenschapper dr. Norman Rosenthal die in 1984 het eerste wetenschappelijke artikel over het onderwerp publiceerde nadat hij er zelf last van kreeg als gevolg van zijn verhuizing van Johannesburg naar New York. In de afgelopen 30 jaar zijn er meer dan 1000 wetenschappelijke publicaties over het onderwerp verschenen, onder andere van de Nederlandse wetenschappers dr. Marijke Gordijn en dr. Ybe Meesters. Over de oorzaak van winterdepressie zijn verschillende hypotheses in omloop maar helaas is er nog onvoldoende bekend om harde wetenschappelijke conclusies te kennen trekken.

Prevalentie en diagnose
Volgens een bevolkingsonderzoek treft winterdepressie ongeveer 3% van de Nederlandse bevolking. Zo’n 1% heeft het in een zodanig ernstige vorm dat ze niet meer kunnen functioneren.

Het zijn vooral vrouwen die er last van krijgen, drie tot vier keer vaker dan mannen. Winterdepressie is een erkende aandoening en als zodanig opgenomen in de DSM-V, het wereldwijd door psychologen en psychiaters gebruikte diagnostisch handboek. Afgaande op de in 2015 in gebruik genomen DSM-V is er sprake van winterdepressie als er wordt voldaan aan onderstaande criteria:

  • Er is geregeld een verband in de tijd tussen enerzijds het begin van een depressieve episode en anderzijds een bepaalde periode in het jaar (bijvoorbeeld het geregeld ontstaan van een depressieve episode in de herfst of winter)
  • Wisselingen van een depressie van mild tot ernstig komen ook voor in een karakteristieke periode van het jaar (bijvoorbeeld depressie verdwijnt in de lente)
  • Gedurende de laatste twee jaar zijn er twee depressieve episodes voorgekomen die een seizoensgebonden relatie laten zien zoals gedefinieerd in de criteria A en B en in diezelfde periode zijn er geen seizoensgebonden depressieve episodes geweest
  • De seizoensgebonden depressieve episodes (zoals hierboven beschreven) waren aanzienlijk meer dan het aantal niet-seizoensgebonden depressieve episodes die in het leven van een persoon zijn voorgekomen

Klachten

  • Gebrek aan fysieke en mentale energie
  • Verhoogde slaapbehoefte
  • Na 10-12 uur slaap nog steeds niet uitgerust zijn
  • Gevoelens van angst en paniek (meestal gediagnosticeerd als angststoornis)
  • Concentratieverlies
  • Kortademigheid
  • Verlies aan seksuele interesse
  • Brainfog (wazig gevoel in het hoofd)
  • Continu het gevoel hebben in een jetlag te zitten
  • Gewichtstoename
  • Vergeetachtigheid
  • Behoefte aan vet, zoet en koolhydraatrijk voedsel
  • Gevoelens van flauwte
  • Extreem vermoeid zijn na het uitvoeren van een activiteit
  • Gevoelens van stress, opgejaagdheid of geprikkeldheid
  • Somberheid en/of (ernstig) depressief voelen
  • Weinig behoefte aan sociale contacten (zelfisolatie)
  • Veranderd slaappatroon
  • Emotionele labiliteit
  • Suïcidale gedachten

Winterblues
Winterdepressie mag niet verward worden met de mildere winterblues, waarbij mensen wel last krijgen van bepaalde klachten tijdens de herfst- en wintermaanden maar nog behoorlijk kunnen functioneren. Kort gesteld: winterblues leidt niet tot grote of serieuze problemen. Dit is bij winterdepressie anders. De klachten kunnen leiden tot een heel palet aan (ernstige) klachten die grote gevolgen kunnen hebben voor het maatschappelijk en sociaal functioneren.

Hypotheses
Zoals ik eerder al schreef zijn er verschillende hypotheses bekend die het mechanisme achter winterdepressie proberen te verklaren. Één hiervan is dat de aandoening het gevolg is van kortere dagen waardoor men aan minder daglicht wordt blootgesteld. Als gevolg hiervan blijft de pijnappelklier het ‘slaaphormoon’ melatonine afscheiden waardoor het bioritme van slag raakt, wat mogelijk weer gevolgen heeft voor de afgifte van belangrijke neurotransmitters waaronder serotonine, dopamine en noradrenaline. Stofjes die je nodig hebt om alert en actief te kunnen zijn.

Wil je meer kennis opdoen over winterdepressie? Lees dan de artikelen, de pagina over effectieve behandelingen of download de diagnostische vragenlijst om te bespreken met je zorgverlener.